Heiloo, wat een prachtige plek. Zoveel te voelen, zo krachtig.
We verzamelden bij het witte kerkje met een indrukwekkende groep van 29 mensen en 1 hond, afkomstig uit heel het land. Dankbaar ben ik steeds weer dat de roep wordt gevoeld om dit werk te doen.
Bij de eerste opstelling kon de kerk er nog niet in. We startten met de krachtplek, de bomen en de leylijnen. In eerste instantie stond één man voor vijf lijnen; later kon dit worden uitgebreid. Terwijl ik dit typ, voel ik emotie, erkenning en ontroering.
Het veld wilde zich ook zo graag weer laten zien vanuit de oorsprong. De zonnetempels (observatoria) werden in het veld gezet, evenals de zon. Al gauw mocht de godin Fostare in het veld, samen met de natuurwezens.
De oorspronkelijke bewoners van deze plek kwamen in het veld en splitsten zich meteen in vier stammen. Eén stam hoorde daadwerkelijk bij de krachtplek en de zonnetempels en werd ook door hen geaccepteerd. Twee voelden zich verward en afgesloten. Eén stond als beschermer van het vrouwelijke.
De godin werd er echter uitgedrukt, zodat voelbaar werd dat er iets tussen het mannelijke en vrouwelijke zat. De maan en het vrouwelijke deel kwamen in het veld met hun gezamenlijke droom. Duidelijk werd dat het vrouwelijke deel verbonden was met de aarde, het land, de groei, de gewassen en de heelheid, maar ook met behoudendheid.
Het mannelijke deel droomde groter en verder, met veel expansie. De zon was hiermee verbonden, maar voelde veel schaduw. Er was een goddelijk plan, groter dan de aarde, waarin deze krachtplek andere stammen uitnodigde om iets samen te brengen vanuit heiligheid, idealisme en vrede: een verbinding tussen aarde en hemel. Een scheppingsplan. Groter dan deze plek, groter dan alleen Nederland.
Hij voelde ook boosheid naar het vrouwelijke, omdat hij zich tegengehouden voelde, waardoor hij wilde vechten.
Er ontstond een breuk, omdat die twee dromen niet te verenigen waren. Het openstellen en verbinden was uit de hand gelopen. Er werd gevochten om de heiligheid van de grond: hebben in plaats van vrede, verbroedering en samenkomen, wat juist de bedoeling was. Alles terugvoelend bracht verwarring en onbegrip.
De oude zonnetempels droegen een last: schuld, grote pijn en verdriet die aangekeken mochten worden.
Langzaam kon ook de mannelijke god in het veld komen.
De plek in het veld kwam vrij waar zielen nog vastzaten, met het verdriet, de duisternis en de gevechten die zich daar hadden afgespeeld.
De tempels trokken de kaart van de zon: amnestie, vergeving en loslaten.
Het water mocht en kon veel zuiveren.
Vanuit elke stam mocht het eigen verdriet in het veld komen, zodat het losgelaten kon worden en er steeds meer harmonie kon ontstaan.
Het vrouwelijke bleef op de plek bij de zon staan. Het duurde even voordat zij weer verbinding kon maken met de maan. Tot die tijd was er ook nog één leylijn die bleef roepen dat zij zich niet fijn voelde, dat ze gezien en erkend wilde worden.
Na uitnodiging kon het vrouwelijke gemakkelijker naar voren komen om haar eigen plek in te nemen. Ze zei tegen de godin:
“Je hebt me in de steek gelaten.”
Heel duidelijk voelde ik:
“Nee, je bent haar vergeten. Ze was en is hier nog steeds.”
En zo was het ook.
Langzaam kwamen steeds meer posities op hun eigen plek.
We voelden ons vereerd en dankbaar dat Aart voor ons de kerk kwam openen en we daar ook even mochten kijken en voelen. Opnieuw voel ik een golf van dankbaarheid dat die verbinding er mag zijn in deze tijd, over zoveel lagen heen.
Binnen mocht nog iets bij elkaar gebracht worden.
De witte kerk werd opgesteld. Hij kon zijn benen niet voelen en was niet verbonden met de krachtplek.
De krachtplek en de tempels werden weer bij de kerk gezet. De bomen waren zo belangrijk om te kunnen wortelen. Ook alle bomen die gekapt zijn, maar hier oorspronkelijk thuishoren, kwamen er energetisch bij. Dat hielp al.
De heiligheid en de heilige kennis die bij dit gebied horen, werden opgesteld, waardoor alles nog krachtiger werd.
De kelder mocht in het veld.
De eerste kerk die op deze plek was gebouwd.
Daar zat nog veel verdriet.
De oorspronkelijke bewoners, de strijd tussen het oude geloof en het nieuwe geloof, kwamen in het veld. Al die pijn mocht nog losgelaten worden.
Het zuivere geloof, de eigenlijke bedoeling, mocht in het veld komen. Energetisch voelde je een boog over het veld lopen naar de oorspronkelijke heiligheid. Het kwam bij elkaar. Het kwam uit één bron.
Licht mocht nog in het veld komen: een uitlijning van beneden naar boven.
De kerk kwam steeds steviger te staan.
De hoeders van deze kerk en deze plek mochten in het veld komen. De kerk zei:
“Er zijn er zes.”
Ze mochten bedankt en geëerd worden voor hun werk. Opnieuw werd er verbinding gemaakt op een dieper niveau. Het voelde als het ontvangen van een sleutel, een werkelijk openen van deze plek.
Ontroering.
Dankbaar.
De laatste opstelling vond plaats in het bos.
Even landen in de natuur en verder uitlijnen. Ik ga deze niet helemaal uitschrijven. Het is voor ieder wat ie voelde.
Een opstelling over het landhuis, de plek, tempeliers, de machthebber, kasteel van Egmond.
Het geheim wat nog vastzat. De poort.
Kosmisch wetboek dat al verdraaiingen mocht terugzetten.
Voor mezelf vanuit deze opstelling: de opstelling was prachtig helend.
“Indrukwekkend hoe groot de machthebber zich had gemaakt en hoe de tijdslijn hem terugbracht naar de middeleeuwen waar het zich had afgespeeld, waardoor hij kleiner werd.
Hoeveel invloed het nu nog heeft in deze tijd. Hoe het voelt dat als je niet meer werkt voor het licht, je ook niet meer terug kan. Alsof je je ziel verkocht hebt en je de grootheidswaan moet vasthouden om te overleven. Je zonden opbiechten, verantwoordelijkheid nemen is zo groot en bijna niet te doen. De last die je draagt. De demonen die je zelf hebt veroorzaakt in de tijd te zien, te weten dat ze er altijd zijn in je dromen en je achtervolgen, hoe hard je ook loopt.
Toch blijven staan om het te keren. Dat je weet dat die tijd komt dat alles gezien mag worden. Maar dat je niet de eerste stap kan zetten tot we samen zo ver zijn om het te doen. Omdat het framen dan nog groter wordt en zorgt dat het nog niet verder kan in de tijd.
Generaties vraagt het om weer schoon te worden.
Generaal.
Tempeliers.
Mijn soldaten.
Mijn kleinzoon, mijn kleinzoon.”
Tim bracht kristallen mee voor de plek. Zo welkom dat die verdeeld mochten worden.
Ik mocht er één begraven tussen de wortels van de boom. Om het licht terug te brengen en het mycelium te voeden.
Heiloo voelt als een enorme krachtplaats van licht, waar we vanuit alle hoeken van het land mee kunnen verbinden. Een grote dag voor het activeren en opschonen van het grid.
Aho.
Wat een dag, weer zo dankbaar voor ieders inbreng.
Vul gerust aan. 29 mensen, 29 posities die soms totaal iets anders voelen.
Daarom doen we dit ook het liefst in een groot veld.