Deze dag in het Brabantse Son was wederom winterwaardig. Vooraf voelden we al dat het groots kon worden. Sinds de dag in Rotterdam hebben we voor het eerst oorlogslagen aangeraakt. Je zou kunnen zeggen dat we daarmee wat dichter bij het nu komen.
De Tweede Wereldoorlog, de landingen van vele parachutisten, heeft wel degelijk een smet op de natuur en de omgeving gelegd. Zielen die vastzaten, zelfs zwarte magie van de Duitsers, was nog voelbaar. Echo’s van veel oudere tijden dienden zich aan — terug naar Mu en de sterren.
Langzaam kwamen we in een diepere laag terecht. Een gemeenschap waar iedereen in harmonie met de natuur leefde. Pottenwerk, landbouw, handwerk, maar bovenal harmonie met elkaar. Deze stam had een manier gevonden om samen te leven, heel dichtbij de natuurwezens. Een overname door een andere, waarschijnlijk Germaanse stam zorgde voor hun ondergang. Iets rondom ongeboren kinderen wilde gevoeld worden. Het mannelijke, dat lange tijd afwezig was waardoor bescherming ontbrak, herstelde zich.
Als laatste kwamen we uit bij een hypnose die van buiten de matrix invloed uitoefende op de mensheid. Tovenaars, gevangen in een loop die zij zelf hadden gecreëerd. Een heks die vanuit een droomstaat de mens nog altijd gevangen hield in drama. We kwamen haar eerder tegen op Doggerland — zo krachtig dat zij met magie ijstijden kon inwijden.
Deze zwarte magie bleek onderdeel van ons mensen te zijn. Het zijn uiteindelijk onze eigen afgescheiden delen, vastgeraakt in hun vervorming van energie. Wanneer het oordeel eraf kan, kunnen we ze toelaten en bevrijden. Dan zal magie weer meer onderdeel worden van ons dagelijks leven.
Dank aan de tribe van het Oerkrachten Orakel
de natuurwezens en met name de kabouters